Wie de actualiteit volgt weet dat de regering op zoek is naar geld. Het geld moet zorgen voor een evenwichtige begroting. Om aan het geld te geraken, heeft de regering verschillende opties. Er wordt nu een optie besproken over flexijobs, met twee concrete maatregelen over flexijobs. Ten eerste zou de regering de werkgeversbijdrage verhogen. Ten tweede zou de regering sommige groepen uitsluiten van het systeem van flexijobs. Of deze veranderingen er effectief doorkomen (en wanneer), dat is nog niet duidelijk.
Een werkgever die momenteel een beroep doet op een flexijobber betaalt een zogenoemde werkgeversbijdrage. Vandaag bedraagt de bijdrage 28%. De regering bespreekt een mogelijke lichte verhoging van de bijdrage naar 30%. Hoewel de verhoging klein lijkt, de totale extra kost kan hoog zijn voor een werkgever die uitgebreid gebruik maakt van flexijobbers. Bovendien worden flexijobbers dan minder aantrekkelijk voor werkgevers ten opzichte van reguliere tewerkstelling.
Momenteel mogen mensen die 4/5 aan de slag zijn een flexijob doen. Onder bepaalde voorwaarden mogen langdurig zieken ook een flexijob doen. De regering stelt zich hierbij vragen. Er zouden voor beide groepen beperkingen kunnen komen. Wat deze beperkingen precies zouden inhouden, is nog niet duidelijk.
Naast flexijobbers zijn studentenjobs ook een interessante manier om bij te verdienen, weliswaar voor studenten. Hierbij zou de regering mogelijk een maximumleeftijd introduceren van 25. Ook zou de regering de bijdragen die een student en een werkgever moeten betalen licht verhogen.
Bron: HLN